Het verhaal van Lucas, deel 4.

Gepubliceerd op 8 mei 2024 om 19:00



Dit verhaal gaat over een jongen genaamd ´Lucas´. Lucas is 8 jaar en woont op een internaat. Door zuurstof gebrek in zijn hersenen, tijdens zijn geboorte, is hij moeilijk opvoedbaar en moeilijk lerend. Zijn vader was snel dronken. Zijn ouders hadden vaak ruzie en zijn gescheiden. Lucas neemt je mee in het dagelijkse leven op het internaat.

 

 

Uit huis plaatsing

Lucas zit thuis aan tafel te spelen met blokken. Maatschappelijk werker Kees komt op bezoek: “Lucas ik moet je iets vertellen. Het is beter dat je even ergens anders gaat wonen.” “Ja maar er kan toch ook iemand bij ons thuis komen die met mij komt spelen?” vraagt Lucas. “Nee, het is echt beter en voor je eigen bestwil dat je even ergens anders gaat wonen bij mensen die jou kunnen helpen”, zegt Kees. “Wanneer moet ik daar naar toe?”, vraagt Lucas. “Over vier weken is er een plek voor je”, antwoord Kees. Lucas schreeuwt: “Ik wil er niet naar toe, ik wil thuis bij mamma blijven!” “Ja, maar het is voor je eigen bestwil”, zegt Kees.


Moeder vraagt aan Kees “Is dit nu echt nodig? Kan dit echt niet anders?”. “Nee mevrouw, het is de enigste oplossing om uw zoon goede en de juiste hulp te bieden. De kinderarts, school, jeugd en gezin vinden het beter voor hem dat hij opgroeit tussen andere kinderen en volwassenen.” Lucas en moeder hebben het er beide moeilijk mee, maar het is nu niet anders. Moeder volgt dit advies op, anders werd het gedwongen uit huisplaatsing na uitspraak de kinderrechter. Lucas heeft er eigenlijk helemaal geen zin in om ergens anders zonder zijn moeder te gaan wonen. Lucas ziet de koffer in de logeerkamer op het bed liggen. Zijn moeder doet er elke keer wat kleding in. Nog een paar weken en dan is het 1 juni . Het is dan zover dat Lucas uit huis wordt geplaatst. Hij gaat in een internaat wonen. Lucas wil er zo min mogelijk aan denken over wat er 1 juni gaat gebeuren en doet zijn best om gewoon door te blijven gaan alsof er niks aan de hand is. Lucas zijn wil is weer eens onhandelbaar. Voordat hij uit huis geplaatst wordt komt Kees nog paar keer langs om de praktische zaken door te spreken.


Moeder vraagt: “Lucas is weer erg ongehoorzaam, wat moet ik nu doen?”. Kees zegt: “Laat hem maar even zijn gang gaan. Niet teveel van aantrekken. Jullie krijgen het nog moeilijk genoeg.” Het is 1 juni. De hele dag is het lekker weer. Lucas hoeft vandaag niet naar school en bouwt met oude lakens en tafelkleden een hut onder de glijbaan in de achtertuin van hun huis. Kees komt ook nog even langs voor dat ze naar het internaat vertrekken en dan is het zover.  S'middags komt zijn tante Lucas en zijn moeder ophalen met de auto. Ze gaan naar het internaat. Lucas wil helemaal niet mee werken. Hij houdt zich met al zijn kracht met handen en benen vast aan de tafelpoot en schreeuwt: “Ik ga niet naar het internaat, ik wil niet, ik wil niet!”
Kees maakt hem los, houd hem stevig vast en brengt hem naar de auto van zijn tante. Lucas stribbelt tegen. Hij probeert los te komen, maar gaat dan toch in de auto zitten. Moeder pakt de koffer en legt die in de auto. Zij zet een grote tas met knuffels, speelgoed en stripboekjes bij Lucas op de achterbank. Lucas neemt afscheid van hun huis en knuffelt de hond. Ze stappen in de auto en vertrekken naar het internaat. Terwijl ze de straat uitrijden, kijkt Lucas met tranen in zijn ogen naar het huis en de hond die achter het raam staat te kijken. Hij zwaait naar de hond en naar het huis. Hij zal zijn moeder, de hond en het huis heel erg gaan missen. Kees gaat niet mee. Hij heeft een afspraak.

 

Tijdens de auto rit zit Lucas met rode ogen stil voor zich uit te staren. Hij wil helemaal niet naar het internaat. Na een rit van ongeveer twaalf minuten komen ze aan op het internaat. Tante parkeert de auto op de parkeerplaats bij het hoofdgebouw. Ze stappen uit en lopen naar groep 2a. Dit is de groep waar Lucas gaat wonen. In de groep worden ze opgewacht door Joke, een maatschappelijk werkster van het internaat. “Ik ben Joke. Welkom Lucas op het internaat. We gaan eerst even naar je kamer om je spullen weg te brengen”. Lucas loopt achter Joke aan met zijn moeder en tante de trap op naar boven. Zijn kamer is boven aan de trap links in de hoek. Hij moet de kamer met een oudere jongen delen. Moeder pakt de koffer uit en legt zijn kleding netjes in de kast. Lucas gooit zijn tas met speelgoed leeg op bed. “Doe je dat zo?” vraagt Joke. “Ik wil hier niet zijn”, antwoord Lucas. Hij slaapt in het bed dat bij de deur staat. Dan gaan ze naar beneden. Ze lopen naar het kantoortje om kennis maken met de groepsleiding. Lucas houdt zijn knuffel beer stevig vast. Hij neemt zijn knuffelbeer overal mee naar toe. Ook toen hij vorig jaar in het ziekenhuis moest blijven.

Kennismaking


Vandaag hebben Ger en John dienst. Moeder heeft een gesprek met Ger en Joke. Ger zegt: “Neemt u plaats dames”. Moeder en tante gaan zitten. Ik ben Ger, groepsleider van 2a en ik heb vandaag dienst met John. Hij is de groepsleider die uw zoon nu een rondleiding geeft. Moeder en tante stellen zich ook voor en gaan zitten. “Mevrouw, we hebben al wat informatie gekregen via de aanmelding maar vertel eens wat over uw zoon?”. “Lucas heeft tijdens zijn geboorte zuurstof gebrek in zijn hersenen gehad, waardoor hij achter loopt in zijn ontwikkeling. Hierdoor is hij moeilijk lerend. Hij speelt veel alleen en is veel op zich zelf. Hij heeft vriendjes die alleen in zijn eigen fantasie wereldje bestaan". Joke vraagt “Hoe was de thuis situatie toen u nog niet gescheiden was?” Moeder antwoordt: “Zijn vader was vaak en snel dronken. We hadden heel vaak ruzie. Er ging veel geld op aan drank. Zelfs zoveel dat er geen geld meer was om eten en de rekeningen te betalen. Mijn ex man sloeg mij vaak waar Lucas bij was en dan vluchtte Lucas weer snel naar de buren. We zijn ook wel eens een tijdje naar familie gevlucht, omdat mijn ex man weer dronken en agressief was. Zijn vader had vaak ruzie in het café en heeft ook eens ruzie gemaakt in een chinees restaurant waar Lucas ook bij was.” Dan vraagt Joke: “Hoe gaat Lucas hiermee om?”
Moeder antwoordt “Tijdens zijn geboorte had Lucas zuurstof gebrek in de hersenen. Hij is moeilijk opvoedbaar, is vaak ongehoorzaam en heeft driftbuien. Hij kan er niet mee omgaan dat zijn vader zo agressief kan zijn en is bang voor zijn vader. Lucas leeft in zijn eigen, kleine, fantasie wereldje en heeft fantasie vriendjes. Hij is veel alleen aan het spelen.”

” Ger vraagt: “Heeft uw ex man Lucas ooit geslagen?”
“Ja, af en toe. Maar meestal moest Lucas van hem in de hoek gaan staan als hij in zijn ogen fout was geweest. De scheiding was ook voor Lucas een opluchting.” “Hoe was het op de kleuterschool?”, vraagt Joke. “Lucas heeft tot dat hij op de internaat school kwam op een gewone kleuterschool gezeten. Hier was het al snel duidelijk dat hij anders is dan andere kinderen op de kleuterschool. Hij zoekt geen contact met andere kinderen, en is vaak angstig.” Joke vraagt aan moeder: “Het moet toch ook voor u een moeilijke tijd zijn geweest?” “Ja dat is het zeker en dat is het nog steeds. Ik heb het er ook moeilijk mee dat mijn zoon uit huis is geplaatst.” Ger maakt aantekeningen en knikt begrijpend. Tante die ook bij dit gesprek aanwezig is, bevestigd wat moeder zojuist heeft verteld.
Dan verteld moeder over wat Lucas wel en niet lust: “Lucas lust absoluut geen zuurkool en is niet zo dol op witlof. Behalve dit, eet hij alles. Hij is dol op stamppot met rookworst, appelmoes, mandarijnen, bananen, melk en op brood pindakaas of chocolade pasta.”

 

“Is Lucas op dieet, is hij ergens allergisch voor?” vraagt Ger. “Nee, hij is niet op dieet en is nergens allergisch voor.”
“Hoe zijn gezondheid?” vraagt Joke. Moeder antwoord “Lucas heeft door zuurstofgebrek tijdens zijn geboorte mogelijk epilepsie. Het lijkt wel of hij af en toe wat afwezig is. Dit wordt onderzocht door de kinderarts. Volgende maand heeft hij de volgende afspraak met de kinderarts. Lucas is klein voor zijn leeftijd. Hij loopt achter in zijn ontwikkeling en eet niet zoveel. Hij heeft de rode hond, waterpokken en de mazelen al gehad. Hij heeft wel fluoride tabletjes voor zijn tanden. Ger geeft informatie over het ontvangen van bezoek en hoe vaak de kinderen naar huis gaan. “Uw zoon gaat in principe één keer in de drie weken in het weekend naar huis, maar ook in de vakanties mag hij naar huis. Ik zal u een formulier meegeven waarop u alles kunt na lezen en thuis alvast kunt invullen. Graag krijgen wij dit formulier van u ingevuld terug.

 




In het weekend als uw zoon op het internaat blijft dan kunt u hem op zaterdag of zondag bezoeken. Dan kunt u bijvoorbeeld samen iets leuks gaan doen in de stad. Sommige ouders nemen hun kind een dagje mee naar huis of gaan een dagje uit. Door de week kunt u met uw zoon bellen. Wij geven er de voorkeur aan dat u naar de groep belt, dit in verband met de belkosten. De gesprekken mogen niet te lang zijn want de groep moet wel bereikbaar blijven. Uw zoon kan altijd vrij post ontvangen en versturen. Hierna worden er bel en bezoek afspraken gemaakt en wordt er ook afgesproken hoe en wanneer Lucas in het weekend naar huis gaat. Er is afgesproken dat in de weekenden wanneer Lucas niet naar huis gaat, moeder hem op zaterdag komt opzoeken en dat ze dan naar de stad gaan. Moeder belt een keer per week op woensdag na het eten. En één keer per week belt Lucas naar zijn moeder. Ondertussen geeft John Lucas een rondleiding in de groepswoning, ze beginnen in de garderobe bij de voordeur. Als je de garderobe binnenkomt zijn links de toiletten en rechts is de kapstok. Dan lopen ze langs de toiletten de deur door naar links. Daarna de gang door richting de keuken en dan naar de eetkamer en de woonkamer. “Dit is de keuken. Hier doen we ook om de beurt de vaat. Vervolgens lopen ze verder naar de eetkamer. Daar staan twee lange tafels. “Hier eten we. Vier kinderen en de groepsleiding aan elke tafel.” Ze lopen door naar de zit hoek. Die wordt van de eetkamer afgescheiden door een grote kast. “Hier kijken we s'avonds televisie en drinken we s'middags na school een kopje thee.”


John laat ook de speelhoek zien. De speelhoek is aan de achterkant van de groepswoning in een grote hoek van de woonkamer. Er staan hier kasten met speelgoed en spelletjes. Er staat daar een tafelvoetbalspel. Vervolgens lopen ze naar de hobbykamer. Deze kamer is ook aan de achterkant, maar dan naast het eetgedeelte. In de hobbykamer staat langs het raam een grote tafel met stoelen. In de kasten ligt papier, verf, potlodenm, viltstiftem. lijm en een schaar.
Ze gaan nog even de trap op naar boven. John wijst nog even aan waar Lucas slaapt. En waar de douches zijn, toiletten en de linnenkast is. Hierna lopen ze terug naar het kantoortje. Lucas antwoordt niet. Hij kijkt alleen maar rond, hoewel hij hier helemaal niet wil zijn is hij erg onder de indruk. Moeder en tante kijken ook nog even samen met Lucas rond in de groepswoning en nemen dan afscheid. Ze geven Lucas een flinke knuffel en een dikke kus. Lucas roept huilend: “Ik wil hier niet blijven. Ik wil mee naar huis!” John zegt: “Zaterdag komt je mama weer. Dan kun je haar weer zien.” Moeder zegt: “Zaterdag gaan we de stad in en wat leuks doen. Denk daar maar aan”. Lucas krijgt van zijn moeder een klein bloknootje met de adressen en telefoonnummers van de familie en wat foto’s.
Lucas zwaait zijn moeder en tante uit. Hierna gaat hij naar zijn kamer. Er staan twee bedden. Het ene bed staat bij de deur en de andere bij het raam. Aan het voeteneind staan langs de muur twee grote kasten. In de hoek tussen het raam en de kasten is een wastafel met spiegel.

Op het bed liggen knuffelbeesten, speelgoed en stripboekjes die hij van thuis heeft mee genomen. Verdrietig legt hij het bloknootje op tafel en kijkt naar de foto’s die hij nog in zijn hand heeft. Dan legt hij de foto’s bij het bloknootje op tafel. Lucas kijkt uit het raam. Hij snikt en denkt aan zijn moeder, de hond en het huis. Dan gaat hij op zijn bed zitten en legt zijn knuffels op schoot. Hij zegt tegen zichzelf: “Ik wil naar huis. Ik wil hier helemaal niet zijn. Ik hoop dat ik weer snel weg kan”. Dan staat hij op en loopt weer naar het raam. Zijn kamer is aan de voorkant en kijkt uit over het voetbalveld. Links ziet hij de school en tussen de school en het parkeerterrein is het voetbalveld. Rechts is het hoofdgebouw. Deze week is weer het jaarlijkse voetbaltornooi. Hij gaat dan toch maar naar beneden en gaat naar het voetbal kijken. Niet dat hij veel om voetballen geeft, maar hij kan nu iedere afleiding goed gebruiken. Hij gaat buiten tegenover de groepswoning langs het voetbalveld op het gras zitten. Lucas zit al een jaar op de school van het internaat en hij kent een aantal kinderen die mee doen met het voetbaltornooi. De hele groep waar hij is komen wonen is buiten bij het grasveld. Sommige kinderen zijn aan het kijken en andere doen zelf mee. Dan loopt Lucas verdrietig naar zijn kamer. Hij moet weer huilen. Daar zit hij dan, zonder zijn moeder in een vreemd huis op een internaat. Hij kent wel wat kinderen van school, maar er zijn toch wel veel onbekenden en nu moet hij zijn kamer delen met een onbekende jongen, Lucas heeft het er erg moeilijk mee. Dan roept Ger dat het etenstijd is. Hij droogt zijn tranen en frist zijn gezicht een beetje op. Lucas gaat naar beneden. Hij loopt voorzichtig en een beetje angstig het eetgedeelte van de woonkamer binnen. Ger staat op en loopt naar Lucas en zegt: “Jongens dit is Lucas. Hij komt vanaf nu bij ons wonen”. Ger brengt Lucas naar zijn plek. Iedereen kijkt naar ze. Nu ziet hij alle kinderen van de groep. De groep bestaat uit drie meisjes en met Lucas erbij vijf jongens. In het eet gedeelte staan twee tafels met aan iedere tafel vier kinderen en een groepsleiding. Hij gaat naast een jongen zitten aan de linker tafel die aan de kant van het raam staat Dit is vanaf nu zijn vaste plek aan tafel. Ger gaat aan het hoofd van de tafel staan en begint met opscheppen. Vandaag eten ze blindenvink met bloemkool en aardappelen.


Na het eten opscheppen vragen Ger en John even stilte voor het gebed. Niet omdat iedereen zo gelovig is, maar het is de gewoonte om even stil te zijn voor het eten. Een meisje bid: “Here zegen dit eten, Amen”. En dan zeggen Ger en John: “Eet smakelijk” en iedereen begint te eten. Dan vraagt Ger aan Lucas: "Hoe vind je je eerste dag bij ons?”. Lucas zegt: “Ik moest eerst huilen, want ik mis mijn moeder heel erg. Daarna ben ik naar het voetballen gaan kijken”. “In het begin hebben de meeste kinderen het er moeilijk mee en moeten wennen. Dat gaat vanzelf wel over”, antwoord Ger. “Mag ik morgen weer naar school?”, vraagt Lucas. “Morgen ga je gewoon weer naar school”, antwoord Ger. Lucas vindt het fijn dat hij morgen weer naar school mag. Dat voelt wel vertrouwd voor hem. Na het eten gaat Lucas in de hobbykamer naar buiten zitten kijken. Hij is nog steeds verdrietig. Hij vraagt zich af: “Waarom moet ik naar het internaat? Ze hadden ook thuis kunnen komen helpen?”. In de woonkamer staat de televisie aan op Nederland 2. Lucas hoort dat Sesamstraat begint en gaat snel naar de woonkamer. Hij ziet een andere jongen. Ger zegt: "Dit is Jantje. Hij is één van de jongste in onze groep. Lucas vraagt: “Mag ik ook Sesamstraat kijken? Dat kijk ik thuis ook altijd.” “Ja ga jij maar Sesamstraat kijken”, zegt Ger. Terwijl Jantje en Luca samen Sesamstraat kijken, loopt Ger naar het kantoortje toe.
Lucas vindt het fijn dat hij van Ger naar Sesamstraat mag kijken. Dat keek hij thuis ook altijd. Na Sesamstraat gaan de jongste kinderen naar boven om te douchen. Dan mogen ze in hun pyjama nog even naar beneden. Sommige kinderen hebben na het eten huiswerk gemaakt en anderen zijn buiten geweest. Ze kijken met de groep televisie. Lucas pakt het tijdschrift de Donald Duck en gaat zitten lezen. Dan stuurt Ger de jongste naar bed. Lucas is een van de jongste kinderen en moet dus ook naar bed. Lucas gaat naar boven. Het is wennen voor Lucas om een kamer met iemand anders te delen. Hij heeft thuis een kamer alleen. De slaapkamer op het internaat voelt niet als een eigen slaapkamer. Hij gaat zijn tanden poetsen en in bed liggen. Dan komt Adrie de slaapkamer in. Adrie vindt het niet leuk dat hij zijn kamer moet delen met Lucas.
Hij zegt: “Je blijft van mijn spullen af en als je vannacht wakker wordt dan wil ik je niet horen. Morgenochtend ben je gewoon rustig als je opstaat”. Lucas hoopt dat hij snel een andere kamer krijgt. Lucas ligt stil in bed. Hij is bang geluid te maken en Adrie te storen.

Lucas wil eigenlijk nog even in het tijdschrift Bobo lezen, maar het licht moet gelijk uit. Adrie, de jongen waarmee hij zijn kamer deelt doet mee aan het voetbaltoernooi. Hij is moe en wil gelijk gaan slapen. Lucas is verdrietig en kan maar moeilijk in slaap komen in een vreemd bed, vreemd huis en bij een onbekende jongen op de kamer. Hij ligt in het donker tegen het plafon te staren. Hij hoort de auto’s over de grote weg langsrijden. Hij ligt te piekeren. Waarom moet ik hier zijn? Waarom mag ik niet bij mamma blijven? Het is voor hem heel vreemd, zonder moeder zo ver weg te zijn van huis. Met tranen in zijn ogen valt Lucas in slaap....


Auteur: Pieter-Jan

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.