Dit verhaal gaat over een jongen genaamd Lucas. Lucas is acht jaar en woont op een internaat. Door zuurstofgebrek in zijn hersenen tijdens zijn geboorte is hij moeilijk lerend en moeilijk opvoedbaar. Zijn vader was vaak dronken. Zijn ouders hadden veel ruzie en zijn inmiddels gescheiden.
Lucas neemt je mee in zijn dagelijkse leven op het internaat.
Zondag
Lucas is het afgelopen weekend bij zijn moeder thuis geweest. Op het internaat is het gebruikelijk dat kinderen eens in de drie weken een weekend naar huis gaan. Zijn moeder heeft hem zojuist teruggebracht en is net vertrokken. Lucas vindt dit altijd erg moeilijk. Hij mist zijn moeder en hun hond.
Hij heeft net gedoucht, draagt zijn pyjama en zit huilend op de rand van zijn bed. Hij kan er maar niet aan wennen dat hij na een weekend thuis steeds weer terug moet naar het internaat. Hij staat op en loopt naar het raam. Zijn moeder is al weg. Hij ziet de auto’s over de drukke weg langsrijden. In zichzelf spreekt hij een wens uit:
“Ik wens dat iemand mij nu komt ophalen en mij terugbrengt naar mijn moeder.”
Lucas is acht jaar en woont nu negen maanden op het internaat, in groep 2. Door zuurstofgebrek in zijn hersenen tijdens zijn geboorte wordt hij gezien als moeilijk opvoedbaar en moeilijk lerend. Hij heeft meer hulp nodig dan speciaal onderwijs en maatschappelijk werk thuis kunnen bieden. De kinderarts, het maatschappelijk werk en Jeugd en Gezin vinden het beter voor hem dat hij opgroeit tussen andere kinderen en volwassenen.
Zijn vader was vaak dronken, zijn ouders hadden veel ruzie en zijn inmiddels gescheiden. Omdat zijn moeder dit advies vrijwillig heeft opgevolgd, is de uithuisplaatsing niet gedwongen. Anders zou dit na uitspraak van een kinderrechter verplicht zijn geweest.
Lucas heeft donkerblond haar, is klein voor zijn leeftijd en loopt enkele jaren achter in zijn ontwikkeling. Met zijn knuffel loopt hij nog even naar beneden. Ger heeft vanavond slaapdienst. Hij ziet Lucas’ rode ogen en vraagt:
“Heb je gehuild, jongen?”
“Ja,” zegt Lucas. “Ik mis mijn mama heel erg.”
“Dat blijft moeilijk voor je,” antwoordt Ger. “Daar kun je maar niet aan wennen.” Hij probeert Lucas wat te troosten.
De televisie staat aan, maar Lucas heeft geen zin om te kijken. Hij wil thuis zijn, bij zijn moeder. Met zijn knuffel op schoot bladert hij treurig door een Eppo. Eigenlijk vindt hij de Donald Duck veel leuker, maar deze lag nu niet op tafel.
Even later stuurt Ger de jongste kinderen naar bed. Lucas hoort daar ook bij. “Tanden poetsen en naar bed. Ik kom jullie zo instoppen,” zegt Ger.
Ger komt Lucas’ kamer binnen, gaat op de rand van het bed zitten en leest een verhaaltje voor. “Gaat het weer een beetje?” vraagt hij. “Ja, maar ik mis mijn moeder heel erg,” antwoordt Lucas. Ger stopt hem in en zegt: “Probeer maar lekker te slapen. Morgen voel je je vast weer wat beter.” Lucas zegt niets en houdt zijn knuffel stevig vast. Ger gaat de kamer uit.
Maandag
Het is maandagochtend. Lucas wordt wakker en ligt nog half slapend in bed. Met zijn ogen dicht voelt hij langs de muur naast zijn bed. Hij voelt het houten plankje en het prikbord.
Oh nee, denkt hij. Ik ben weer op het internaat.
Langzaam opent hij zijn ogen. Het is bijna zeven uur; de wekker zal zo afgaan. Hij kijkt zijn kleine kamer rond. Er staat een bureau met een stoel, twee kasten en in de hoek bij het raam een wastafel met spiegel.
Lucas staat op, gaat douchen, poetst zijn tanden en kleedt zich aan. Daarna loopt hij de trap af, door de hal langs de keuken, naar de grote huiskamer.
Aan de kant van de keuken staan twee eettafels. Aan iedere tafel zitten vier kinderen. Lucas gaat op zijn vaste plek zitten.
“Goedemorgen, lekker geslapen?” vraagt groepsleider Ger.
“Ja hoor,” antwoordt Lucas.
Hij eet eerst een boterham met kaas en daarna een boterham met aardbeienjam. Hij drinkt een glas melk. De regel is dat je bij het ontbijt eerst hartig eet en daarna zoet. Andere kinderen komen binnen en nemen plaats aan tafel.
Na het ontbijt helpt Lucas met afruimen.
“Dank je wel, Lucas,” zegt Ger.
“Wie heeft er vanmiddag dienst?” vraagt Lucas.
“Marleen en Corrie. En Marleen heeft ook slaapdienst,” antwoordt Ger.
Oh nee, denkt Lucas. Die vervelende Marleen weer.
Marleen is een groepsleidster die op haar manier van Lucas een man probeert te maken, door hem steeds opnieuw te vernederen.
Met een teleurgesteld gevoel pakt Lucas zijn schooltas en slentert achter de andere kinderen aan naar school. De basisschool voor moeilijk opvoedbare en moeilijk lerende kinderen ligt achter op het terrein van het internaat en is maar een paar minuten lopen.
In de klas gaat Lucas op zijn vaste plek zitten, rechts bij het raam, aan het derde tafeltje. De klas is klein. Aan één kant zijn twee grote ramen en de tafeltjes staan in een rechthoek. Naast de deur staat het bureau van juffrouw Loes.
“Ga allemaal op je plaats zitten en pak je rekenboek,” zegt ze.
Lucas vindt rekenen moeilijk. Soms krijgt hij samen met twee andere kinderen apart rekenles in een kleine ruimte naast het klaslokaal.
Vandaag maakt hij sommen in kolommen. Hij moet lang nadenken en doet er veel tijd over. Vooral delen en vermenigvuldigen vindt hij lastig. Hij steekt zijn vinger op.
“Wat is er, Lucas?” vraagt juffrouw Loes. Hij vraagt om uitleg. Daarna gaat hij weer verder. Uiteindelijk heeft hij acht sommen fout.
Na de rekenles is het pauze. Lucas speelt rustig in de klas, meestal alleen. Daarna volgen taal, lezen en schrijven. Met een koptelefoon doet hij luisteroefeningen op cassettebandjes. Hij vindt deze oefeningen fijn: korte verhaaltjes en sprookjes met muziek ertussen.
Daarna volgen schrijfoefeningen en leest juffrouw Loes voor uit Bakkertje Deeg. Lucas luistert graag; ze leest mooi voor.
Om twaalf uur is het middagpauze. Terug op de groep zijn Marleen en Corrie al begonnen. Lucas eet een boterham met ham en daarna eentje met hagelslag. Corrie vraagt hoe het op school was. “We kregen rekenen en daarna taal. En de juf heeft voorgelezen,” zegt Lucas.
’s Middags doen ze Mini Loco-oefeningen en daarna gym. Lucas houdt niet van gym. Hij is niet snel en verliest vaak.
Na school drinken ze thee in de huiskamer. “Wat ga jij doen?” vraagt Marleen. “Ik ga rondjes fietsen en naar het bloemenveldje,” antwoordt Lucas. “Ga eens wat doen wat bij je leeftijd past,” snauwt Marleen. “Je lijkt wel een kind van vijf.”
Lucas pakt zijn fiets en fietst het terrein op. Hij komt Corné tegen, een oudere en stevige jongen. Corné vertelt dat Lucas morgen weer mee mag in de zijspan van zijn crossfiets. Daar verheugt Lucas zich op.
Later wordt hij opnieuw gepest door twee jongens die hem uitlachen en “Lucas Kukas” roepen. Met tranen in zijn ogen fietst hij weg.
Hij rijdt naar het bloemenveldje achter op het terrein. Hier is hij graag alleen. Er groeien klaprozen en andere wilde bloemen. Vogeltjes fluiten in de bomen. Ik wou dat ik een vogel was, denkt Lucas. Dan kon ik hier wegvliegen.
Maar hij moet terug voor het eten. Met lood in zijn schoenen loopt hij de groep binnen. Marleen snauwt weer tegen hem. Aan tafel eet Lucas langzaam. Uiteindelijk pakt Marleen zijn bord weg.
Na het eten mag Lucas geen Sesamstraat kijken. Van Marleen is hij daar te oud voor. Teleurgesteld speelt hij met blokken. Als hij uitlegt wat hij heeft gebouwd, wordt hij opnieuw belachelijk gemaakt.
Later gaat hij douchen en leest nog een stripboek. Tussen zeven en half acht gaan de jongste kinderen naar bed. Corrie leest voor en stopt Lucas in.
In bed denkt Lucas aan zijn moeder, de hond, school en het bloemenveldje. Hij begrijpt niet wat hij fout doet en waarom Marleen zo gemeen tegen hem is. Met tranen in zijn ogen valt hij in slaap.
Auteur: Pieter-Jan
(Gebaseerd op een waargebeurd verhaal)
Reactie plaatsen
Reacties