Terwijl ik terugliep naar mijn auto na een gezellige middag met mijn kinderen, liep ik hem voorbij: een oudere man die zich klaarmaakte om de nacht door te brengen. Hij lag in een hoek van een passage, tegen een etalageruit aan, gekleed in een donkerblauwe winterjas, met de capuchon over zijn hoofd en plastic tassen onder zijn hoofd als kussen. Een grijze baard sierde zijn gezicht. Met zijn armen over elkaar tegen zich aangeklemd draaide hij zich op zijn zij. Hij keek even op en sloot zijn ogen. Het raakte me.
Deze groep mensen is geregeld in mijn gedachten geweest. Tijdens de vorst heb ik schietgebedjes gedaan: alsjeblieft, laat de kou afnemen, zodat de mensen die op straat leven zouden overleven en minder kou zouden hoeven lijden.
Gisterenmorgen reed ik door een stad in Gelderland. Terwijl ik een kruising overstak, zag ik in mijn ooghoek een man die iets eetbaars zocht in een vuilnisbak. Ook dat kwam binnen.
Er zijn nog altijd zoveel daklozen: een groep kwetsbare mensen. Mensen die worden beschouwd als verschoppelingen van de maatschappij, terwijl ieder van hen een verhaal met zich meedraagt. Niemand leeft immers voor zijn plezier op straat.
Er is zoveel armoede in ons eigen land, waarvoor velen, waaronder de politiek, hun ogen sluiten. Wegkijken en normaal maken wat niet normaal is. Bakken geld wordt uitgegeven aan dat wat het meest oplevert aan geld en macht. Het raakt me. Vandaag meer dan anders.
Els van Dam
Reactie plaatsen
Reacties